Bij het uitzetten van middelen gelden de volgende uitgangspunten:
**1..** Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij:
instellingen, voor wiens waardepapier een solvabiliteitsratio van 0% geldt;
financiële instellingen die voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Ruddo zoals ministerieel vastgesteld op grond van artikel 2, lid 2, van de Wet fido;
**2..** Teneinde kredietrisico’s te spreiden wordt maximaal een bedrag ter grootte van 8,5% van het begrotingstotaal bij één individuele tegenpartij zowel voor een looptijd korter dan één jaar als een looptijd langer dan één jaar uitgezet;
**4..** Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden, indien mogelijk, zekerheden of garanties geëist.