De verlaging wordt toegepast met ingang van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het toepassen van de verlaging aan de jongere is bekendgemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende inkomensvoorziening.
Indien verlaging van de inkomensvoorziening overeenkomstig het eerste lid niet mogelijk is, wordt de inkomensvoorziening verlaagd gedurende de eerstvolgende maand(en) nadat aan jongere binnen één jaar na de beëindigingsdatum van de uitkering opnieuw een uitkering is toegekend.
In afwijking van het eerste lid kan de verlaging met terugwerkende kracht worden opgelegd, voor zover de ingangsdatum daardoor niet voor de datum van de gesanctioneerde gedraging komt te liggen.
Een verlaging wordt voor bepaalde tijd toegepast. Een verlaging die voor een periode van meer dan drie maanden wordt toegepast, wordt uiterlijk binnen drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd, heroverwogen.
Hoofdstuk
Artikel 7
Ingangsdatum en tijdvak van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening WIJ 2010