Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning, anders dan als dienstwoning is bestemd, moet een bij het gebouw behorend erf aanwezig zijn ter diepte van ten minste 2 meter achter het verst achterwaarts gelegen deel van het gebouw en over de volle breedte daarvan.
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid:
indien ligging en bestemming van het gebouw hiervoor geen beletsel vormen;
indien, voor zover nodig, afwijking is toegestaan van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 5
Artikel 2.5.16
Erf bij overige gebouwen
Onderdeel van Bouwverordening 2012