Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 5

Artikel 2.5.23

Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen

Onderdeel van Bouwverordening 2012

Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 mag een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist, tussen de voor- en de achtergevelrooilijn niet hoger reiken dan tot de vlakken die de verticale vlakken door de voorgevelrooilijn en door de achtergevelrooilijn snijden op de krachtens de artikelen 2.5.20 en 2.5.21 maximale bouwhoogte en die met het horizontale vlak een hoek vormen van: 45 graden in de bebouwde kom; 37 graden buiten de bebouwde kom. Indien een bouwwerk nabij een kruising van wegen een zijgevel heeft die gelegen is tegenover een achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok, mag dit bouwwerk bovendien niet hoger reiken dan tot het vlak dat het verticale vlak door die zijgevel snijdt ter hoogte van de krachtens artikel 2.5.22 maximale bouwhoogte en dat met het horizontale vlak een hoek vormt van 56 graden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel