Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 5

Artikel 2.5.30

Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen

Onderdeel van Bouwverordening 2012

1.Dit artikel verstaat onder: De binnenstad: het gebied begrensd door de Achtergracht, Schuttevaerhaven en Stadsgracht. Het centrumgebied: de A-locatie-Centrum en de B-locatie-centrum. De A-locatie Centrum: het gebied begrensd door IJsselallee, Nieuwe Veerallee, Willemskade, Emmawijk, Burgemeester van Roijensingel, Van Karnebeekstraat, Van Karnebeektunnel even huisnummers, spoorlijn Zwolle-Meppel tot aan fiets- en voetgangerstunnel Hortensiatunnel. De B-locatie Centrum: het gebied begrensd door de A28, Middelweg, Bisschop Willebrandlaan, Vechtstraat, Hanekamp, Luttenbergstraat, Wethouder Alferinkweg, Hortensiastraat, spoorlijn Zwolle-Meppel , Van Karnebeekstraat, oneven huisnummers, Groot Weezenland, Burgemeester van Roijensingel, Emmawijk, Willemskade, Rieteweg, spoorlijn Zwolle-Kampen. De B-locatie Oosterenk: het gebied begrensd door de Ceintuurbaan, Kuyerhuislaan, Westerveldse Aa evenwijdig aan Ceintuurbaan aansluitend op de Nieuwe Vecht ter hoogte van de kruising Boerendanserdijk/ Rechterland en Nieuwe Vecht. De B-locatie Voorsterpoort/A28 zone: het gebied begrensd door de A28, Blaloweg, Zwartewaterallee en Middelweg. De genoemde straten behoren met de adressen aan weerszijden van die straat (of dat straatdeel) tot de gebieden waarvan zij de grens vormen, met uitzondering van de straten die de grens vormen tussen de A- en B-locatie Centrum. Daar vormt de middenas van de straat de grens. 2.Indien een gebouw gelegen is in een deel van de gemeente dat is aangeduid op de - in de hierboven vermelde definities en/of bij deze bouwverordening behorende - kaart als zijnde een gebied: waarin de bereikbaarheid per openbaar vervoer nu of in de toekomst uitstekend (A-locatie) of goed (B-locatie) is of zal zijn; en waarin tevens, totdat die verbeterde bereikbaarheid is verwezenlijkt, van gemeentewege voor aanvullende parkeer- of stallingsbehoefte wordt zorg gedragen; moet, afhankelijk van de omvang en de bestemming van het gebouw, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's parkeerruimte in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, worden aangebracht conform de volgende normen: A-locatie kantoor/bedrijf 20 parkeerplaatsen (pp) per 2500 m² bvo op eigen terrein winkel/horeca/e.d. 40 pp per 2500 m² bvo op eigen terrein B-locatie kantoor/bedrijf 40 pp per 2500 m² bvo op eigen terrein winkel/horeca/e.d. 100 pp per 2500 m² bvo op eigen terrein Voor het realiseren van bed and breakfast in een woning in de binnenstad, waarvan de horecafunctie minder is dan 30% van de woning, wordt geen (aanvullende) parkeernorm gesteld. Bij ontwikkelingen die meerdere functies omvatten waar sprake is van dubbelgebruik wordt een samengestelde parkeernorm vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezigheidspercentages volgens de CROW publicatie 182. 3.Voor het gebied dat gelegen is buiten de gebieden zoals vermeld in het tweede lid en voor grondgebruik en functies waarvan de parkeernormen niet genoemd zijn in het tweede lid, gelden de te realiseren parkeerplaatsen zoals weergegeven in de lijst “parkeernormen Gemeente Zwolle 2010” die bij deze bouwverordening hoort. De indelingen in stedelijk, matig stedelijk, niet stedelijk, historische binnenstad en schil worden in het daarbij behorende kaartbeeld aangeduid. Burgemeester en wethouders kunnen dit kaartbeeld wijzigen vooruitlopend op de verwachte adresdichtheid van toekomstige nieuwbouwlocaties. Er moet, afhankelijk van de omvang, de bestemming, de functie en het gebruik van het gebouw, ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's parkeerruimte in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, worden aangelegd conform de parkeerkencijfers, met de reductiefactoren voor zover die van toepassing zijn en zoals die op de bij deze bouwverordening horende lijst “Parkeernormen Gemeente Zwolle 2010” vermeld zijn. 4.De - in de voorgaande leden bedoelde - ruimten voor het parkeren van auto's moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan: indien de afmetingen van bedoelde parkeerruimten in het geval van lengterichting aan het trottoir (langsparkeren) bij een manoeuvreerruimte van minimaal 3 meter ten minste 1,80 meter breed bij 5,50 meter lang bedragen en in het geval van haaksparkeren ten minste 2,30 meter breed bij 5,00 meter lang en voor zowel langs- en haaksparkeren ten hoogste 3,25 meter breed bij 6,00 meter lang bedragen; indien de afmetingen van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte bij lengterichting aan een trottoir ten minste 3,50 meter breed bij 6,00 meter lang bedragen en bij haaksparkeren met een uitstapstrook langs het parkeervak ten minste 3 meter breed en zonder uitstapstrook ten minste 3,50 meter breed en ten minste 5 meter lang bedragen. 5.Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw behoort. 6.Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden: voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte dan wel laad- of losruimte wordt voorzien indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, tot welke bijzondere omstandigheden - wat de toepassing van het tweede, het derde en vierde lid betreft - in elk geval worden gerekend: een te verwachten meer dan gemiddeld aantal gehandicapte gebruikers of bezoekers van het gebouw; een te verwachten meer dan gemiddeld aantal klanten of bezoekers, indien het gebouw bestemd is voor de vestiging van een of meer detailhandelsbedrijven, dan wel openbare dienstverlening of vermakelijkheid; een bestemming van het gebouw als garage dan wel garagebedrijf. Het bevoegd gezag verleend de omgevingsvergunning in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden, in het geval van nieuwbouw of verbouw in het Centrumgebied waarbij uitbreiding van het aantal m2 bvo plaatsvindt, dan wel bij een wijziging van de bestemming, de functie en/of het gebruik van het gebouw, alleen onder de voorwaarde dat de volgende compenserende bijdrage inclusief BTW aan de gemeente Zwolle wordt betaald: bij nieuwbouw, verbouw of een wijziging in de bestemming, de functie en/of het gebruik van het gebouw in de binnenstad het totaal van € 9.742,73 maal het aantal op basis van lid 1, 2, 3 en 5 aan te brengen parkeerplaatsen minus het aantal te realiseren parkeerplaatsen; bij nieuwbouw, verbouw of wijziging in de bestemming, de functie en/of het gebruik van het gebouw in het overige deel van het Centrumgebied (zoals gedefinieerd onder lid 1) het totaal van € 4.870,80 maal het aantal op basis van lid 1, 2, 3 en 5 aan te brengen parkeerplaatsen minus het aantal te realiseren parkeerplaatsen. De genoemde bedragen zijn gebaseerd op prijspeil 1 januari 2012 en worden jaarlijks verhoogd op basis van de prijsindex voor Bruto Binnenlands Product. 7. Bedrijven die gevestigd zijn op een A of B-locatie met meer dan 50 werknemers op deze locatie moeten een bedrijfsvervoerplan opstellen en tevens aangeven hoe dit wordt geïmplementeerd in de organisatie. Dit bedrijfsvervoerplan moet bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen worden ingeleverd. Het bedrijfsvervoerplan omvat: een beschrijving van het bedrijf (type en grootte) met het aantal werknemers (inclusief ambulante) en bezoekers van het bedrijf; het aantal werknemers en hun woonplaatsen, een overzicht van de woon-werk-verplaatsingen van de werknemers van en naar het bedrijf, hun werktijden en –ritmes en de wijze waarop werknemers doorgaans naar het werk reizen; bereikbaarheid van het bedrijf per fiets, openbaar vervoer en auto; mate van zakelijk auto- en fietsgebruik, waaronder bezoekersaantallen, woonplaatsen en autogebruik; het totale aantal reizigerskilometers van alle werknemers na uitvoering van het bedrijfsvervoersplan; criteria voor de uitgifte van de parkeerplaatsen op eigen terrein bij het bedrijf, zoals wie komen er voor een parkeerplaats in aanmerking, onder welke voorwaarden en hoe wordt de uitgifte geregeld; hoe wordt het carpoolen gefaciliteerd; wat wordt de werknemers geboden die niet met de auto naar het bedrijf mogen komen aan faciliteiten voor het gebruik van fiets en openbaar vervoer, waaronder fietsvergoeding, fietsenstalling en faciliteiten voor omkleden, douchen e.d., tegemoetkoming in het gebruik van openbaar vervoer (trajectkaarten) en aanvullend bedrijfsvervoer tussen station en bedrijf; hoe wordt het parkeerbeheer geregeld en eventuele overlast in de omgeving beperkt en voorkomen; hoe wordt het telewerken gefaciliteerd; een communicatieplan waarin staat hoe het bedrijfsvervoersplan wordt geïmplementeerd; kosten van bovengenoemde maatregelen en faciliteiten zowel éénmalig als jaarlijks.

Rechtspraak bij dit artikel