Naar hoofdinhoud
Op grond van artikel 4, tweede lid, van de verordening worden de volgende inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen aangewezen: a. voor het aanbieden c.q. inzamelen van groente-, fruit- en tuinafval en restafval door of vanwege de gemeente verstrekte duobakken, restafvalbakken (“grijze bakken”) of citybins, dan wel hiervoor door of vanwege de gemeente gerealiseerde ondergrondse voorzieningen; b. voor klein chemisch afval/klein gevaarlijk afval de door of vanwege de gemeente verstrekte milieuboxen; c. voor glas de door of vanwege de gemeente geplaatste glasbollen dan wel hiervoor gerealiseerde ondergrondse voorzieningen; d. voor textiel de door of vanwege de gemeente geplaatste textielcontainers; e. voor oud papier en karton de door of vanwege de gemeente hiervoor verstrekte minicontainers, met uitzondering van de gestapelde woningbouw; f. voor luiers de hiervoor door of namens de gemeente geplaatste inzamelvoorzieningen of het inzamelmiddel voor het aanbieden van restafval; g. voor het aanbieden van de in artikel 3 lid 1 genoemde categorieën van huishoudelijke afvalstoffen ook het brengdepot, met uitzondering van gft, restafval en luiers; h. voor kunststof verpakkingsmateriaal de door of vanwege de gemeente verstrekte transparante zakken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel