Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1

Artikel 11

Agenda

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast, ondermeer op basis van de conclusies in het opiniërend deel van de laatste raadsvergadering. In niet voorziene gevallen beslist de voorzitter. 2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan de leden van de raad verzonden, en openbaar gemaakt. 3. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 4. In beginsel worden besluitvormende onderwerpen een eerste maal in het opiniërende deel van de vergadering behandeld, waarna (zo mogelijk) de besluitvorming plaats vindt in het besluitvormende deel van een volgende vergadering. 5. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp van de agenda afvoeren of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 6. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. 7. Indien tijdens de raadsvergadering door of namens een fractie wordt verzocht een onderwerp vanuit de lijst van ingekomen stukken/mededelingen te agenderen voor een volgende vergadering, wordt hierop terstond door de raad een beslissing genomen.

Rechtspraak bij dit artikel