Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Verordening bijdrageregeling maatschappelijke deelname 2012

In deze verordening wordt verstaan onder: Alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouden met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad Alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad; gezin: 1°. De (on)gehuwden tezamen, 2°. De (on)gehuwde(n) met hun kinderen, kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind; ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie de alleenstaande ouder of het gezin aanspraak op kinderbijslag kan maken; inkomen: 110% van het sociaal minimum. Het sociaal minimum betreft het netto inkomen inclusief vakantietoeslag op de van toepassing zijnde normen, verlagingen en verhogingen, zoals genoemd in artikel 20 tot en met 30 van de Wet werk en bijstand; woonplaats: de woonplaats zoals bedoeld in de artikelen 10 eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; maatschappelijke deelname: het geheel van voorzieningen en activiteiten dat bijdraagt aan maatschappelijke deelname en betrekking heeft op het gebied van maatschappelijke activiteiten, sport en recreatie, educatie en (sociaal-) culturele activiteiten, zoals uitgewerkt in bijlage I.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel