In deze verordening wordt verstaan onder:
Alleenstaande: de ongehuwde die geen tot zijn last komende
kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouden met een ander
tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad
Alleenstaande ouder: de ongehuwde die de volledige zorg heeft
voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen
gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft
een bloedverwant in de eerste graad;
gezin:
1°. De (on)gehuwden tezamen,
2°. De (on)gehuwde(n) met hun kinderen,
kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind;
ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie de
alleenstaande ouder of het gezin aanspraak op kinderbijslag kan
maken;
inkomen: 110% van het sociaal minimum. Het sociaal minimum
betreft het netto inkomen inclusief vakantietoeslag op de van
toepassing zijnde normen, verlagingen en verhogingen, zoals
genoemd in artikel 20 tot en met 30 van de Wet werk en
bijstand;
woonplaats: de woonplaats zoals bedoeld in de artikelen 10
eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
maatschappelijke deelname: het geheel van voorzieningen en
activiteiten dat bijdraagt aan maatschappelijke deelname en
betrekking heeft op het gebied van maatschappelijke
activiteiten, sport en recreatie, educatie en (sociaal-)
culturele activiteiten, zoals uitgewerkt in bijlage I.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening bijdrageregeling maatschappelijke deelname 2012