**4.1.** De voorzitter, plaatsvervangend voorzitter en de leden worden door het college benoemd voor een periode van vier jaar en zijn nadien voor dezelfde termijn eenmaal herbenoembaar.
**4.2.** Behalve door aftreden na afloop van de benoemingstermijn eindigt het lidmaatschap door:
ontheffing op eigen verzoek;
overlijden;
verlies van hoedanigheid of kwaliteiten die tot benoeming hebben geleid;
indien niet langer wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3 lid 4.
**4.3.** In tussentijdse vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien.
**4.4.** Het lidmaatschap van een lid, dat tussentijds wordt benoemd, eindigt op het moment waarop het lidmaatschap van het met de benoeming vervangen lid zou zijn geëindigd.
Hoofdstuk
Artikel 4
Benoeming en beëindiging lidmaatschap
Onderdeel van Regeling adviespanel cultuur Zaanstad