Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000,- worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen die altijd geactiveerd worden.
Op gronden in eigendom van de gemeente Tilburg wordt niet afgeschreven.
Het college neemt omtrent het waarderen, activeren en afschrijven van activa de volgende beleidskaders in acht:
Investeringen worden onderscheiden in de hoofdcategorieën programma-investeringen en investeringen in bedrijfsmiddelen;
Tot de programma-investeringen worden gerekend de investeringen in het kader van de grondexploitatie, binnenstad, betaald parkeren, verkeer en vervoer, verkeersregelinstallaties, groenstructuurplan, sociale veiligheid, infrastructuur wegen, recreatieve voorzieningen, riolering, sport-, cultuur- en wijkvoorzieningen en onderwijshuisvesting;
Investeringen in bedrijfsmiddelen worden onderscheiden naar specifieke en algemene investeringen in bedrijfsmiddelen.
Specifieke investeringen: direct toe te rekenen, bijvoorbeeld containers voor huisvuil;
Algemene investeringen: overhead, bijvoorbeeld investeringen in computers en gemeentegebouwen.
De kapitaallasten (rente en afschrijving) worden direct bij ingebruikname van het kapitaalgoed doorberekend (per de 1e van de maand).
Een toename van de exploitatielasten als gevolg van investeringen wordt behandeld als nieuw beleid.
Een investeringsaanvraag bestaat enerzijds uit het beschikbaar stellen van een krediet en uit de bijbehorende exploitatielasten (kapitaallasten) en de noodzakelijke dekking.
Kapitaallasten van investeringen in programma-investeringen en specifieke bedrijfsmiddelen worden expliciet volledig in de begrotingsramingen opgenomen.
Kapitaallasten van investeringen in algemene bedrijfsmiddelen (organisatiekosten) worden gedekt uit jaarlijkse afschrijvingen en/of herschikkingen binnen de bedrijfsvoering.
Bij vervangingsinvesteringen dient als uitgangspunt te gelden dat de bijbehorende kapitaallasten niet als "extra" last worden opgevoerd immers, de structurele kapitaallasten zijn daarbij al op basis van de bestaande investering verwerkt, vrijval van kapitaallasten geldt slechts voor zover ook bij de initiële investering kapitaallasten als budget beschikbaar zijn gesteld.
De raad autoriseert de investeringen door vaststelling van de programmabegroting.
Restantkredieten voor programma-investeringen en investeringen in specifieke bedrijfsmiddelen blijven gehandhaafd, mits dat noodzakelijk is voor de uitvoering van investeringen waarvoor de betreffende kredieten beschikbaar zijn gesteld. Hiervoor hoeven geen ontwerpbesluiten te worden opgenomen. Indien restantkredieten voor investeringen in algemene bedrijfsmiddelen nog in een volgend jaar moeten worden ingezet, worden daarvoor afzonderlijke ontwerpbesluiten aan het college voorgelegd. Als geen ontwerpbesluiten worden opgenomen vervallen de betreffende restantkredieten;
In de programmarekening wordt een lijst opgenomen met alle nog openstaande kredieten. In deze lijst worden opgenomen het krediet, de datum van votering, het totaalbedrag, de voortgang, (verwachte) maand en jaar van afronding en het restant van het krediet.
Kredieten die 2 jaar na de geplande realisatiedatum nog niet volledig zijn benut worden afgesloten. Dit geldt niet voor onderdelen die een lange doorlooptijd hebben (Meerjarenprogramma Openbare ruimte).
Materiële activa met een economisch nut en een aanschafwaarde > € 5.000 worden altijd geactiveerd.
In mindering brengen van investeringsbijdragen van derden blijft wettelijk toegestaan maar in de gemeente Tilburg verdient het de voorkeur: behandeling als ware het een bijdrage uit de reserve (bruto-verantwoording).
Op investeringen in (onder)grond wordt de afschrijving op nihil gesteld;
Als afschrijvingsmethode wordt gekozen voor de lineaire afschrijvingsberekening; een uitzondering wordt gemaakt voor onderdelen waarbij door derden een andere methode van afschrijven voorgeschreven is (bijv. rijksvoorschriften) of productfinanciering die een andere methode vereist in verband met tariefsberekeningen; specifieke projectfinanciering kan slechts nadat dit aan de raad is voorgelegd;
De afschrijving (en rente) wordt berekend vanaf het tijdstip van ingebruikname van het goed; daar waar geen sprake is van een echte ingebruiknamedatum wordt voor investeringen in de eerste helft van het jaar 1/7 als datum aangehouden en voor investeringen in de tweede helft 31-12; in voorkomende gevallen kan van een gemiddelde ingebruiknamedatum worden uitgegaan.
Als afschrijvingsduur gelden de in de afzonderlijke bijlage opgenomen termijnen.
Als het voornemen bestaat om af te wijken van deze richtlijnen (termijnen en methode van afschrijving) moet dit vooraf aan het college van burgemeester en wethouders voorgelegd worden; ontwerpbesluit formuleren als: Het college besluit, anders dan de gebruikelijke afschrijvings methode / termijn, tot afschrijving …en vervolgens via de rapportages aan de raad voorgelegd worden.
Bij voorkeur worden investeringen met een meerjarig maatschappelijk, maar geen economisch nut, niet geactiveerd omdat ze geen middelen genereren en/of niet verkoopbaar zijn;
De in de huidige systematiek in de begroting opgenomen jaarlijkse (instandhoudings)- investeringen welke betrekking hebben op groot onderhoud en renovatie van kapitaalgoederen blijft gehandhaafd voor de bestaande onderdelen; voor nieuwe onderdelen wordt deze methode niet meer toegepast;
Als rentepercentage voor de kapitaallasten wordt het jaarlijks vastgestelde toe te rekenen omslagpercentage gehanteerd.
Hoofdstuk III
Artikel 10.
Activabeleid
Onderdeel van Financiële beheersverordening gemeente Tilburg 2012