**1..** Het afdelingshoofd stelt een conceptfunctiebeschrijving op. Hij kan zich daarbij laten bijstaan door de betreffende ambtenaar / ambtenaren en/of de functiedeskundige;
**2..** De conceptfunctiebeschrijving wordt besproken met de betreffende ambtenaar / ambtenaren;
**3..** Naar aanleiding van deze gesprekken past het afdelingshoofd zo nodig de conceptfunctiebeschrijving aan. Daarna levert het afdelingshoofd het (definitieve) concept na ondertekening in bij de gemeentesecretaris samen met de eventuele schriftelijke opmerkingen van de betrokken ambtenaar / ambtenaren. Deze laatste tekent het concept voor 'gezien';
**4..** Indien één of meer van de in artikel 3, lid 3 genoemde personen de conceptfunctiebeschrijving niet juist en/of niet volledig acht, wordt in overleg met betrokkene(n) getracht tot overeenstemming te komen. Wordt deze overeenstemming niet bereikt, dan wordt de conceptfunctiebeschrijving door het afdelingshoofd voorgelegd aan de gemeentesecretaris met de zienswijze van betrokkene(n). De gemeentesecretaris adviseert burgemeester en wethouders met betrekking tot de taakinhoud;
**5..** Indien de gemeentesecretaris instemt met de conceptfunctiebeschrijving, zoals die is opgesteld door het afdelingshoofd, stelt hij deze ambtelijk vast. Vervolgens legt hij deze ter voorlopige besluitvorming voor aan burgemeesters en wethouders;
**6..** Indien er sprake is van een wijziging van een functiebeschrijving, hoe gering deze wijziging ook is, vragen burgemeester en wethouders de ondernemingsraad om advies over het voorlopige besluit;
**7..** Na het advies van de ondernemingsraad stellen burgemeester en wethouders de functiebeschrijving definitief vast. Deze beslissing wordt meegedeeld aan: het afdelingshoofd en de betrokken ambtenaar / ambtenaren;
**8..** De vastgestelde functiebeschrijving wordt aan de functiedeskundige voor een conceptwaarderingsadvies voorgelegd.
Artikel 3
De functiebeschrijving
Onderdeel van Regeling organieke functiewaardering 2004 (1e wijziging)