**1..** De jaarlijkse subsidie voor zangverenigingen wordt als volgt berekend:
Een basisbedrag van € 1.000;
Een bedrag per lid van € 83.
**2..** De jaarlijkse subsidie voor harmonieën wordt als volgt berekend:
Een basisbedrag van € 10.000;
Een vast bedrag per lid van de harmonie tot 18 jaar dat geen Hafa-opleiding volgt van € 25;
Een vast bedrag per lid van de harmonie vanaf 18 jaar dat geen Hafa-opleiding volgt van € 40;
Een vast bedrag per lid van de harmonie tot 18 jaar dat een Hafa-opleiding volgt van € 90;
Een vast bedrag per lid van de harmonie vanaf 18 jaar dat een Hafa-opleiding volgt van € 125.
**3..** Een jaarlijkse subsidie voor overige muziekverenigingen wordt als volgt berekend:
Een basisbedrag van € 2.500;
Een vast bedrag per lid van de vereniging tot 18 jaar dat geen Hafa-opleiding volgt van € 25;
Een vast bedrag per lid van de vereniging vanaf 18 jaar dat geen Hafa-opleiding volgt van € 40;
Een vast bedrag per lid van de vereniging tot 18 jaar dat een Hafa-opleiding volgt van € 90;
Een vast bedrag per lid van de vereniging vanaf 18 jaar dat een Hafa-opleiding volgt van € 125.
**4..** De jaarlijkse subsidie voor een toneelvereniging bestaat uit:
een vast bedrag van € 479 voor een vereniging die zich richt op theater voor kinderen.
een vast bedrag van € 1.500 voor een vereniging die zich richt op theater voor volwassenen.
**5..** De jaarlijkse subsidie voor een vereniging voor beeldende amateurkunst bestaat uit een vast bedrag van € 665.
**6..** Verenigingen die worden geconfronteerd met bijzondere kosten kunnen in aanmerking komen voor een aanvullende subsidie indien het college dit aangewezen acht.
**7..** Het ijkjaar voor het bepalen van het ledenaantal is het jaar waarin de aanvraag om subsidie is ingediend ingevolge artikel 8 van de Algemene subsidieverordening.
**8..** Voor verenigingen waarmee ten tijde van de inwerkingtreding van deze deelverordening al een subsidierelatie bestond, geldt het volgende:
Indien het subsidiebedrag per jaar voor de inwerkingtreding van deze deelverordening afwijkt van het subsidiebedrag dat volgt uit de in lid 1 van dit artikel opgenomen berekeningswijze, geldt in afwijking van het in lid 1 bepaalde dat gedurende drie jaren een verevening wordt toegepast bij de berekening van het bedrag van de jaarlijkse subsidie.