Deze verordening verstaat onder:
gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen:
zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;
terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1, bij voorbeeld in de vorm van een buitenplaats of landgoed;
martiaal object: onroerende zaak die, al of niet visueel waarneembaar, een relict is van of een verwijzing is naar gebeurtenissen of oorlogshandelingen op gemeentelijk grondgebied uit de periode 1940-1945;
gemeentelijk monumentenregister: de lijst en/of het elektronische databestand waarin zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen, beschermd gemeentelijk martiaal object, beschermd gemeentelijk dorpsgezicht;
beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
beschermd martiaal object:
onroerende zaak die overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als zodanig is aangewezen;
beschermd gemeentelijk dorpsgezicht:
groep van onroerende zaken die van algemeen belang is vanwege haar schoonheid, de onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang of de wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde, waarin zich tenminste één of meer beschermde gemeentelijke monumenten bevinden;
beeldbepalend pand:
pand dat in een bestemmingsplan voor een beschermd gemeentelijk dorpsgezicht als zodanig is aangemerkt en dat, naast de beschermde gemeentelijke (en of rijks-)monument(en) in het als zodanig aangewezen gebied, als referentie dient voor het waardevol geachte / bedoelde beeld van de bebouwing in het dorpsgezicht;
monumentencommissie: de op basis van art.15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de verordening en het monumentenbeleid;
integrale welstands- en monumentencommissie:
de door de raad bij besluit van 18-12-2002 vastgestelde commissie overeenkomstig bijlage 9 ‘Reglement van orde van de welstandscommissie’
j.puntenstelsel:
de systematiek van puntentelling zoals die in 2003 bij raadsbesluit is vastgesteld en door het college bij de selectie en beoordeling van kandidaat-objecten bij de aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument dient te worden toegepast.
gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart: (digitale) topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven;
archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn;
hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten of informatie;
middelhoge verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische vondsten of informatie;
lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten of informatie;
plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden;
programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek.
bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum
vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.