Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Instandhoudingbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Renkum 2012

1.. Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen, in de zin van aantasten van het object in zijn cultuur- en/of architectuurhistorische waarde(n). 2.. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1 en 2, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1 en 2, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht; een in een gemeentelijk beschermd dorpsgezicht of beschermd gemeentelijk landgoed gelegen bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken; d een beschermd martiaal object, een bouwwerk zijnde, geheel of gedeeltelijk af te breken 3.. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. 4.. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel