Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Verdeling van het subsidieplafond

Onderdeel van Deelverordening bevordering ondernemerschap

1.. De gemeenteraad stelt jaarlijks het subsidieplafond vast in het kader van deze deelverordening. 2.. Van het beschikbare budget binnen het vastgestelde subsidieplafond is ¼ deel in eerste instantie niet bestemd voor aanvragen van de professionele instellingen. Slechts indien er na honorering van de aanvragen van de niet in artikel 1 sub d bedoelde instellingen die voor subsidie in aanmerking komen nog middelen resteren binnen dit deel van het beschikbare budget, kan vanuit die resterende middelen subsidie worden verstrekt aan professionele instellingen. 3.. Indien honorering van alle aanvragen binnen een betreffende tranche, die voor subsidie in aanmerking komen, zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, rangschikt het college de aanvragen binnen deze betreffende tranche op een prioriteitenlijst. 4.. Het college rangschikt alle aanvragen binnen de betreffende tranche, die voor subsidie in aanmerking komen, zodanig dat een activiteit hoger gerangschikt wordt naarmate de activiteit naar het oordeel van het college: meer bijdraagt aan het bevorderen van deskundigheid en vaardigheden op het gebied van ondernemerschap (max. 5 punten); meer bijdraagt aan het structureel efficiënter inrichten van de primaire en ondersteunende processen / verlagen van de overheadkosten (max. 4 punten); meer bijdraagt aan het genereren van inkomstenbronnen anders dan een subsidie (max. 3 punten); qua kosten beter in verhouding staat tot de te verwachten opbrengsten (zoals omschreven in de leden a t/m c) en tot de omvang van de subsidie die de gemeente voor de reguliere activiteiten van de aanvrager verstrekt (max. 2 punten). ofwel de reguliere activiteiten van de aanvrager naar het oordeel van het college in overwegende mate gericht zijn op jeugd (2 punten). ofwel de reguliere activiteiten van de aanvrager naar het oordeel van het college niet in overwegende mate gericht zijn op jeugd, op hobby en vrije tijd, op eigen ontplooiing en/of op bevordering van de kwaliteit van het eigen welzijn en de eigen leefomgeving (1 punt). 5.. De aanvragen worden door het college gehonoreerd naar de volgorde op de prioriteitenlijst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel