In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het
bepaalde in artikel 2.4 onder d, van de Regeling omgevingsrecht, kan het
bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het
bouwen, in het geval zij op grond van het de Regeling omgevingsrecht
bedoelde onderzoeksrapport en/of andere dan wel op grond van het
overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming
goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die
wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde
doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden
gemaakt.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 4
Artikel 2.4.2
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Onderdeel van Bouwverordening Roermond 2012