De subsidieontvanger dient uiterlijk vóór 1 maart na afloop van het jaar waarvoor de subsidie is verleend, de volgende bescheiden in bij het college:
een inhoudelijk jaarverslag waaruit blijkt of het doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn uitgevoerd;
een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);
een balans naar de toestand aan het einde van het afgelopen subsidiejaar met een toelichting daarop;
een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek omtrent de getrouwheid van de jaarrekening.
Het college kan besluiten om een rechtmatigheidsverklaring te vragen, het college geeft de voorwaarden aan waaraan deze verklaring dient te voldoen.
De subsidieontvanger waarmee een uitvoeringsovereenkomst is gesloten, dient de in het vorige lid genoemde bescheiden in afwijking van het in lid 1 gestelde, in concept vóór 1 maart na afloop van het jaar waarin de subsidie is ontvangen, én voor 1 mei in de definitieve versie.
De subsidieontvanger die incidentele subsidie heeft ontvangen dient binnen 12 weken na afloop van de gesubsidieerde activiteit de volgende bescheiden in te dienen bij het college: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt of het doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn uitgevoerd; b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten.
Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.
Het college kan nadere eisen stellen over de wijze waarop hij geïnformeerd wil worden over de in artikel 12 sub c genoemde aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke uitgaven en inkomsten van de begrote uitgaven en inkomsten.
Het college kan bepalen aanvullend onderzoek te (laten) verrichten om een oordeel te krijgen over de effectiviteit en efficiency van de subsidieontvanger en de rechtmatigheid van de bestede gelden.
De subsidieontvanger verleent medewerking aan een dergelijk onderzoek, verschaft de toezichthouders als bedoeld in artikel 14 toegang tot de betreffende accommodatie en verleent hen inzage in de boekhouding.