Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
Gemeente : de gemeente Rucphen;
Raad : de raad van de gemeente Rucphen;
Burgemeester en wethouders : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen;
Instelling : een rechtspersoon naar burgerlijk recht dan wel naar publiek recht dan wel een erkend onderdeel daarvan, die volledige rechtsbevoegdheid bezit, in het algemeen zonder winstoogmerk werkzaam is en zich (mede) ten doel stelt activiteiten te verrichten ten behoeve van de inwoners van de gemeente;
Subsidie : de aanspraak op financiële middelen, door het bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor de aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.
Subsidieplafond : het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift;
Programma : het subsidieprogramma dat jaarlijks door burgemeester en wethouders wordt vastgesteld en waarin wordt aangegeven op welke wijze en door middel van welke activiteiten een geschakeerd aanbod wordt gerealiseerd, de wijze waarop de gemeente hiervoor al of niet een subsidie beschikbaar stelt en bijzondere voorwaarden die daarbij gelden;
Welzijnsterrein : het gemeentelijke beleidsterrein dat gericht is op het welbevinden en de ontplooiing van inwoners, voor zover dit wordt bevorderd door zorg, educatie en recreatie;
Beleidsveld : een specifiek deel van het gemeentelijk beleid;
Activiteiten : werkzaamheden van een instelling waarvoor subsidie wordt aangevraagd en welke gericht zijn op de door de gemeente na te streven doelstellingen. De resultaten van de werkzaam-heden moeten meetbaar kunnen zijn in termen van kwantiteit, kwaliteit, tijd en/of geld;
Subsidieperiode : het tijdvak waarop het subsidie betrekking heeft;
Werkplan : het plan waarin door de instelling voor een subsidieperiode een beschrijving wordt gegeven van de aard en omvang van de te ontplooien activiteiten en de daarvoor benodigde personele, materiële en organisatorische middelen;
Beroepskracht : degene die op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of een overeenkomst tot het verrichten van enkele diensten een functie uitoefent bij een instelling;
Vrijwilliger : degene die zelfstandig of in samenwerking met één of meer beroepskrachten activiteiten uitvoert zonder dat een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of een overeenkomst tot het verrichten van enkele diensten met de instelling is aangegaan en zonder dat tegenover zijn of haar werkzaamheden, behoudens een onkostenvergoeding, een geldelijke vergoeding staat;
Deelnemer : degene die gebruik maakt van de activiteiten van de instelling;
Accountantsverklaring : een schriftelijke verklaring omtrent de getrouwheid van de jaarrekening, onderscheidenlijk een mededeling van een accountant, als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek II van het Burgerlijk Wetboek inhoudende dat van onjuistheden niet is gebleken in de aangereikte financiële stukken;
Vermogen : het eigen vermogen zoals omschreven in artikel 373 van Boek II van het Burgerlijk Wetboek;
Voorziening : een voorziening zoals omschreven in artikel 374 van Boek II van het Burgerlijk Wetboek.
Hoofdstuk I
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Verordening regelende de algemene bepalingen en voorwaarden voor subsidies