Naar hoofdinhoud
1.. In de in artikel 9, derde lid onder b bedoelde begroting mogen door een instelling geen substantiële wijzigingen worden opgenomen ten opzichte van de door burgemeester en wethouders geaccepteerde begroting voor het daaraan voorafgaande jaar. 2.. Substantiële wijzigingen in voornoemde begrotingen dienen door een instelling apart gespecificeerd te worden en reeds vóór 1 maart voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd schriftelijk bij burgemeester en wethouders te worden aangekondigd. 3.. Indien een instelling haar activiteiten uitvoert in afzonderlijke onderdelen, dient voor elk van deze onderdelen een begroting te worden ingezonden tenzij burgemeester en wethouders daarvan ontheffing verlenen. 4.. Burgemeester en wethouders berichten binnen een redelijke termijn aan een instelling met welk percentage of met welk bedrag het in de toekomst te verlenen subsidie in verband met bezuinigingen naar verwachting zal worden verlaagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel