Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, stellen burgemeester en wethouders vóór 31december van het jaar volgend op het jaar en/of de jaren waarvoor subsidie is verleend, na ontvangst van de door een instelling overgelegde bescheiden het subsidiebedrag definitief vast. Dit geschiedt tenzij:
bij de subsidieverlening voor meerdere jaren is bepaald, dat de subsidievaststelling plaatsvindt na afloop van een gedeelte van het tijdvak waarvoor subsidie is verleend, of:
de vaststelling van het subsidie in de beschikking als bedoeld in artikel 18 van deze verordening anders is geregeld.
Een instelling dient vóór 1 mei van het jaar volgend op het jaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden bij burgemeester en wethouders een aanvraag tot vaststelling van subsidie in met de volgende gegevens:
de balans per 31 december van het jaar waarvoor subsidie is verleend;
de exploitatierekening over dat jaar, vergezeld van een duidelijke en volledig aan de begroting gerelateerde toelichting per post;
het verslag van de door de instelling uitgevoerde activiteiten en/of bereikte resultaten.
De genoemde stukken onder a. en b. dienen vergezeld te gaan van een accountantsverklaring of een in opdracht van het bestuur van de instelling verrichte controle van de administratie door een onafhankelijk van het bestuur opererende commissie bestaande uit tenminste twee leden. Voor het laatste dienen burgemeester en wethouders toestemming te verlenen.
Een instelling, waaraan voor meerdere jaren budgetsubsidie is verleend, moet jaarlijks aan de verplichtingen voldoen welke in het tweede lid van dit artikel zijn bedoeld. Na afloop van de subsidieperiode dienen de betreffende stukken betrekking te hebben op de gehele subsidieperiode.
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat nadere gegevens moeten worden verstrekt of dat met minder dan in het tweede lid genoemde gegevens kan worden volstaan.
Indien een instelling bij de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 11 de gegevens overeenkomstig het tweede lid van dit artikel heeft verstrekt kunnen deze bij de aanvraag tot subsidievaststelling achterwege worden gelaten.
In afwijking van het gestelde in de vorige leden van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de instelling, aan wie een incidenteel subsidie is verleend, de in het tweede lid bedoelde gegevens binnen acht weken na afloop van de gesubsidieerde activiteiten verstrekt. In dat geval stellen zij het definitieve subsidiebedrag vast binnen acht weken na ontvangst van de gegevens.
Indien voor de indiening van de aanvraag tot vaststelling geen termijn is bepaald, of de aanvraag na afloop van de daarvoor bepaalde termijn niet is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de instelling een termijn stellen, binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend.
Indien na afloop van deze termijn geen aanvraag is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders overgaan tot subsidievaststelling.
Hoofdstuk IX
Artikel 29
Artikel 29
Onderdeel van Verordening regelende de algemene bepalingen en voorwaarden voor subsidies