Naar hoofdinhoud
1.. Het subsidie kan door burgemeester en wethouders lager worden vastgesteld dan bij de subsidieverlening is bepaald, indien: a.. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; b.. een instelling niet heeft voldaan aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen; c.. een instelling onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid, of d.. de subsidieverlening anderszins onjuist was en de instelling dit wist of behoorde te weten. 3.. Voor zover het bedrag van het subsidie afhankelijk is van de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor het subsidie is verleend, worden de kosten die in redelijkheid niet als noodzakelijk worden beschouwd bij de vaststelling van het subsidie buiten beschouwing gelaten.

Rechtspraak bij dit artikel