Naar hoofdinhoud
1.. De raad bepaalt bij het vaststellen van de gemeentebegroting een subsidieplafond. Het betreffende plafond is in de programmabegrotingonderverdeeld in deelplafonds voor specifieke beleidsvelden. 2.. Daarnaast stelt het college van burgemeester en wethouders jaarlijks een programma vast dat tenminste omvat: een overzicht van de voor het betreffende jaar ingediende subsidieaanvragen; de beleidsregels die zullen worden toegepast bij de verdeling per beleidsveld van de subsidies over de instellingen die voor het betreffende jaar subsidie hebben aangevraagd; de consequenties van subsidievermindering voor de instelling. 3.. Indien de subsidieverlening in het programma nadelige consequenties kan hebben voor een instelling die ook van andere gemeenten subsidie ontvangt, zal hierover door burgemeester en wethouders eerst overleg plaatsvinden met deze gemeenten. De resultaten van dit overleg worden vermeld in het programma. 4.. Het ontwerpprogramma ligt gedurende minimaal 3 weken ter inzage. Belanghebbenden worden gedurende deze periode in de gelegenheid gesteld bij burgemeester en wethouders hun bedenkingen op het ontwerpprogramma kenbaar te maken. 5.. Tenminste eenmaal in de vijf jaar wordt in het programma een verslag opgenomen over de doeltreffendheid en de effecten van het subsidie overeenkomstig deze verordening.

Rechtspraak bij dit artikel