Burgemeester en wethouders kunnen aan één persoon het uitsluitend recht verlenen om voor 20 jaren gebruik te maken van een bepaalde grafruimte, bestemd voor één of twee lijken, een urnenkelderof een bepaalde nis bestemd voor de plaatsing van ten hoogste twee urnen. Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden, in deze verordening gesteld of door burgemeester en wethouders vast te stellen, met name op voorwaarde dat betaling ex. art 10 van dit reglement is geschied en op voorwaarde dat bij de rechtsverkrijging schriftelijk wordt ingestemd met het ruimen van het graf, de urnenkelder of urnennis (art.12) wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, beëindigd is.
De grafruimte, waarop de grafrechten rusten, wordt aangeduid als "eigen graf", respectievelijk "kindergraf"; de urnenkelder waarop rechten rusten, wordt aangeduid als "eigen urnenkelder", de urnennis waarop rechten rusten, wordt aangeduid als "eigen urnennis". Er bestaat geen verschil in diepte tussen een enkel en een dubbel graf,noch tussen een urnenkelder bestemd voor één of twee urnen, noch tussen een nis bestemd voor één of twee urnen
Het recht op een graf, het "grafrecht",recht op een urnenkelder of recht op een nisruimte kan slechts worden verleend aan, en ten name van één meerderjarig persoon, die met vermelding van adres aan burgemeester en wethouders moet worden bekend gemaakt.
Een rechthebbende kan zijn rechten bij overeenkomst aan een ander persoon overdragen, wanneer dit schriftelijk geschiedt en een afschrift van deze overdracht met vermelding van het adres van de rechtsopvolger, door de rechthebbende aan burgemeester en wethouders is toegezonden.
Na overlijden van een rechthebbende moeten de rechtverkrijgenden één persoon aanwijzen, die als rechthebbende zal optreden. Deze persoon moet met vermelding van zijn adres aan burgemeester en wethouders schriftelijk worden bekend gemaakt, binnen één jaar na bedoeld overlijden. Wanneer na bedoeld overlijden geen aanwijzing, zoals hierboven omschreven heeft plaats gevonden en aan burgemeester en wethouders gemeld, vervalt de mogelijkheid tot verlenging van de grafrechten c.q. rechten op een urnenkelder of urnennis.
Burgemeester en wethouders behouden zich het recht voor om, ook nadat grafrechten of rechten op een urnenkelder of urnenniszijn verleend, wegens hun moverende redenen, begraving van een overledene en met name de bijzetting in een graf, urnenkelder of nisruimtete weigeren, of alleen de begraving op een bepaald gedeelte van de begraafplaats toe te staan.
Burgemeester en wethouders verlenen de rechten op graven, urnenkelders of urnennissenop de begraafplaats uitdrukkelijk voor de tijd van 20 jaren vanaf de eerste begraving cq plaatsing en gedurende de tijd welke het terreingedeelte, waarin zich de graven, urnenkelders en urnenmuurbevinden, tot de begraafplaats blijft behoren, en voor de tijd dat de begraafplaats in exploitatie blijft en niet gesloten is (of gesloten verklaard).
Aan verleende grafrechten c.q. rechten op een urnenkelder of urnenniskan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.
h.Voor graven, van de begraafplaats aan de St. Martinusstraat naar de Kerkstraat, en van de Past. Bastiaansensingel naar de Kaaistraat gebracht, gelden na verloop van de op de voormalige begraafplaats verkregen rechten dezelfde bepalingen betreffende grafrechten, als genoemd in de artikelen 6,7 en 8.
Hoofdstuk
Artikel 6
Vestiging en overdracht van rechten
Onderdeel van Verordening beheer gemeentelijke begraafplaatsen Rucphen en St. Willebrord