Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening Rioolheffing 2010

1.. De belasting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt, naast een vastrecht per perceel, geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd. 2.. Het aantal kubieke meters water, als bedoeld in het eerste lid, wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in het belastingtijdvak naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. 3.. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen of, bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien de vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 4.. Indien de belastingplichtige aantoont dat een substantieel deel van het voor de berekening van de belasting in aanmerking te nemen hoeveelheid afvalwater niet door middel van de gemeentelijke riolering is afgevoerd, wordt op verzoek van de belastingplichtige voor de berekening van de aanslag de hoeveelheid afgevoerd water verminderd met de op andere wijze afgevoerde hoeveelheid afvalwater.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel