Het college stelt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de activiteitensubsidie vast.
Indien uit de verantwoording van de subsidie volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de activiteitensubsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, kan het college in afwijking van het eerste lid een andere termijn bepalen. Het college bericht de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag.
De subsidie kan lager worden vastgesteld:
Indien er sprake is van een exploitatieoverschot bij de subsidieontvanger.
In verband met naar het oordeel van het college niet-subsidiabele uitgaven.
Indien de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste gegevens of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid.
Indien de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten.
Indien de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid van artikel 4.1:4 genoemde tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalig rappel over tot ambtshalve vaststelling.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 4.1:5
Vaststelling activiteitensubsidie
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Oosterhout 2012