Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien
uit de WWB, IOAW en IOAZ en deze verordening, aan een voorziening
nadere verplichtingen verbinden.
Het college kan een voorziening beëindigen, herzien, intrekken of
opschorten:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
verplichting als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de WWB
of artikel 13 en 37 van de IOAW en IOAZ niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
doelgroep van de WWB, IOAW en IOAZ;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt,
waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze
voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening
onvoldoende bijdraagt aan een snelle
arbeidsinschakeling.
Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de
voorzieningen, bedoeld in de artikelen 9, 10 en 10a van de WWB, met
inachtneming van hetgeen daarover in de programmabegroting en de in
artikel 3 lid 1 bedoelde kaders is bepaald, nadere regels stellen.
Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
de voorwaarden waaronder een voorziening wordt
aangeboden;
de weigeringsgronden bij het aanbieden van
voorzieningen;
de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of –
vaststelling;
de aanvraag, van en de besluitvorming over subsidies en
premies;
de betaling van subsidies en het verlenen van
voorschotten;
het vragen van een eigen bijdrage;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het
verstrekken van subsidies.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening 2012