Ten aanzien van de genoemde vergunningen geldt dat het bevoegd gezag in deze zowel het college van burgemeester en wethouders als de burgemeester kan zijn. Ter voorkoming van misverstanden en vanwege de leesbaarheid wordt in het vervolg van deze beleidslijn gesproken over het bevoegd gezag of over bestuursorgaan.
Concreet past de gemeente Eemnes de Wet BIBOB toe op de volgende aanvragen om een vergunning:
- De vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor het uitoefenen van een horecabedrijf of slijtersbedrijf;
Daarbij wordt een uitzondering gemaakt voor vergunningen die worden verleend aan paracommerciële instellingen, tenzij uit informatie van derden (politie, justitie, RIEC MN) blijkt dat toetsing aan de Wet BIBOB gewenst is, dan wordt daaraan wel getoetst;
- De vergunning op grond van artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor de exploitatie van een openbare inrichting;
- De vergunning op grond van artikel 2.39 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor het exploiteren van een speelgelegenheid;
- De vergunning op grond van artikel 3.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf.
Daarnaast past de gemeente Eemnes de Wet BIBOB toe bij reeds verleende vergunningen, welke kan leiden tot intrekking van de verleende vergunning:
- op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet voor het uitoefenen van een horecabedrijf of slijtersbedrijf, indien uit informatie van derden (politie, justitie, RIEC MN) blijkt dat een tussentijdse toetsing aan de Wet BIBOB gewenst is, dan wordt daaraan getoetst. Daarbij wordt geen uitzondering gemaakt voor vergunningen welke zijn verleend aan paracommerciële instellingen;
- De vergunning op grond van artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor de exploitatie van een openbare inrichting, indien uit informatie van derden (politie, justitie, RIEC MN) blijkt dat een tussentijdse toetsing aan de Wet BIBOB gewenst is, dan wordt daaraan getoetst;
- De vergunning op grond van artikel 2.39 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor het exploiteren van een speelgelegenheid, indien uit informatie van derden (politie, justitie, RIEC MN) blijkt dat een tussentijdse toetsing aan de Wet BIBOB gewenst is, dan wordt daaraan getoetst;
- De vergunning op grond van artikel 3.3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf, indien uit informatie van derden (politie, justitie, RIEC MN) blijkt dat een tussentijdse toetsing aan de Wet BIBOB gewenst is, dan wordt daaraan getoetst;