Bij het aanvragen van een nieuwe vergunning wordt verzocht om bij de aanvraag zowel de reguliere informatie te verstrekken als een volledig ingevuld BIBOB vragenformulier (voorzien van alle gevraagde documenten). Voor zover de informatie behorende bij de aanvraag om vergunning (bijvoorbeeld een kopie van een geldig legitimatiebewijs) niet of in onvoldoende mate verstrekt wordt dient, nadat de ondernemer nogmaals in de gelegenheid is gesteld deze gegevens alsnog te verstrekken, een aanvraag op grond van artikel 4.5 van de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna Awb) buiten behandeling te worden gelaten. Bij toetsing van een reeds verleende vergunning, welke kan leiden tot intrekking daarvan, wordt verzocht om het BIBOB vragenformulier volledig in te vullen voorzien van alle gevraagde documenten.
Een weigering om het BIBOB vragenformulier volledig in te vullen (voorzien van alle gevraagde documenten) wordt door het bevoegd gezag aangemerkt als ernstig gevaar en zal leiden tot weigering of intrekking van de vergunning (op grond van artikel 4 van de Wet BIBOB).
Indien de overlegde gegevens wel genoegzaam zijn (kan naast de reguliere beoordelingsgronden) een beoordeling plaatsvinden op basis van artikel 3 van de Wet BIBOB. Dit onderzoek betreft in alle gevallen een controle en analyse van:
- de door de aanvrager/houder van de vergunning beantwoorde vragen die zijn opgenomen in het BIBOB vragenformulier;
- de door aanvrager aangeleverde documenten die moeten worden meegestuurd op grond van het BIBOB vragenformulier en het bijlagenvel;
- eventuele extra, op verzoek van het bestuursorgaan, overgelegde documenten of informatie;
- open en halfopen bronnen onderzoek (Kamer van Koophandel, Kadaster ed.).
Het bevoegd gezag zal de informatie, verkregen uit het BIBOB vragenformulier, toetsen aan de informatiebronnen waar het in het kader van het BIBOB- onderzoek toegang tot heeft. Het bevoegd gezag zal uiteraard ook de al bestaande weigeringsgronden onderzoeken en toepassen. Deze kunnen ook betrekking hebben op de integriteit van aanvrager/houder van de vergunning.
Als het bestuursorgaan op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet BIBOB genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van “ernstig gevaar” als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB, zal het bestuursorgaan de vergunning kunnen weigeren en/of een vergunning intrekken.
Mocht er na eigen onderzoek blijken dat er sprake is van een mindere mate van gevaar, kan het bestuursorgaan besluiten de gevraagde vergunning onder aanvullende voorschriften te verlenen (bijvoorbeeld het periodiek overleggen van de boekhouding). Deze voorschriften dienen gericht te zijn op het beperken van het gevaar dat er strafbare feiten gepleegd zullen worden, dan wel zwart geld wit gewassen zal worden.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1
Onderzoek door het bestuursorgaan
Onderdeel van Beleidslijn BIBOB Eemnes 2012