Het Landelijk Bureau BIBOB zal, als er een advies door het bestuursorgaan is gevraagd of naar aanleiding van een tipfunctie als bedoeld in artikel 26 Wet BIBOB, een nader onderzoek instellen en een advies uitbrengen over de mate van gevaar, als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB. Het Landelijk Bureau valt onder het Ministerie van Justitie en heeft inzage in een aantal openbare en gesloten bronnen (bijvoorbeeld bij de belastingdienst, politie, justitie, IND, EZ, GBA, LISV, etc.) en kan hierdoor een meer diepgaand onderzoek doen dan het bestuursorgaan.
De beslissing van het bestuursorgaan om een verzoek bij het Bureau BIBOB in te dienen tot het uitbrengen van een BIBOB-advies is geen beschikking in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht. Hiertegen kan derhalve geen bezwaar of beroep worden ingesteld. Wel is het de aanvrager van een vergunning te allen tijde toegestaan zich terug te trekken uit de aanvraagprocedure.
Het bestuursorgaan doet het verzoek tot een BIBOB- advies bij het Landelijk Bureau BIBOB. Als er een BIBOB-advies wordt aangevraagd zal de aanvrager/houder van de vergunning vooraf worden geïnformeerd door het bestuursorgaan (mededelingsplicht).
Het Landelijk Bureau BIBOB zal in bepaalde gevallen op grond van artikel 12 Wet BIBOB rechtstreeks contact opnemen met de aanvrager van de vergunning. Meestal zullen aanvullende vragen van het Landelijk Bureau BIBOB via het bestuursorgaan aan betrokkenen worden gesteld. De termijn van het BIBOB- onderzoek schort in dit geval op tot de datum waarop de aanvullende informatie bij het Bureau binnen is.
Het Landelijk Bureau BIBOB moet in beginsel binnen vier weken adviseren aan het bestuursorgaan. Dit termijn kan eenmaal met vier weken worden verlengd. Het bureau BIBOB zal hiervan het bestuursorgaan in kennis stellen. De beslistermijn voor gemeenten om te beslissen op de vergunningaanvraag wordt opgeschort gedurende de adviestermijn van het Landelijk Bureau. Dit betekent dat de beslissing op een aanvraag maximaal met acht weken verlengd kan worden, tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen en een extra redelijk termijn wordt bepaald als bedoeld in artikel 4.14 AWB. De gemeente Eemnes streeft ernaar de beslissingstermijnen zo kort mogelijk te houden.
Welke personen en bedrijven worden in het onderzoek betrokken
In de Wet BIBOB is bepaald wie aan een dergelijk onderzoek van de gemeente en Landelijk Bureau BIBOB kan worden onderworpen. De voornaamste personen en bedrijven zijn:
- de aanvrager/houder van een vergunning;
- direct en indirect leidinggevenden;
- personen die in een zakelijk samenwerkingsverband tot aanvrager/houder staan;
- personen die zeggenschap hebben binnen een bedrijf waarbij de aanvrager/houder betrokken is;
- vermogensverschaffers.
Adviesaanvraag na tip van de officier van justitie
Indien het Openbaar Ministerie aan het bestuursorgaan adviseert een advies te vragen over de verlening of intrekking van een vergunning aan het Landelijk Bureau BIBOB (artikel 26 Wet BIBOB) kan het bevoegd gezag dit advies ook daadwerkelijk vragen.
Wat gebeurt er met het advies van Bureau BIBOB
Het advies van het Landelijk Bureau BIBOB wordt gebruikt ter onderbouwing van het besluit tot verlening, weigering of intrekking van de vergunning. Het bevoegd gezag mag slechts de gegevens uit het advies gebruiken die noodzakelijk zijn voor de onderbouwing van de verlening, weigering of intrekking van de vergunning.
Het Landelijk Bureau BIBOB kan drie soorten adviezen afgeven:
1. er is geen sprake van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB;
2. er is sprake van een ernstig mate van gevaar;
3. er is sprake van een mindere mate van gevaar.
Indien het Landelijk Bureau BIBOB adviseert dat er “geen gevaar” is, zal het bevoegd orgaan de vergunning verlenen. Is het advies van Bureau BIBOB “ernstige mate van gevaar” dan zal het bevoegd orgaan de vergunning weigeren of intrekken. Is het advies “een mindere mate van gevaar” dan kan het bevoegd orgaan de vergunning verlenen onder bepaalde voorschriften (bijvoorbeeld het periodiek overleggen van de boekhouding ten behoeve van een betere controle).
Het bestuursorgaan zal, indien er het voornemen bestaat een negatieve beslissing te nemen op grond van een BIBOB- advies, de betrokkene in de gelegenheid stellen zijn zienswijze naar voren te brengen, betrokkene kan dan het BIBOB- advies inzien. Derden die genoemd zijn in de beslissing worden aangemerkt als belanghebbenden in de zin van artikel 4:8 Awb en moeten, indien te verwachten is dat zij hiertegen bedenkingen hebben, ook in de gelegenheid worden gebracht om hun zienswijze naar voren te brengen. Derden hebben overigens niet het recht om het advies in zijn geheel in te zien.
Tegen de uiteindelijke beslissing van het bestuursorgaan waarin een BIBOB- advies is verwerkt kan bezwaar en beroep worden aangetekend. Op eenieder die de beschikking krijgt over gegevens uit het advies, die betrekking hebben op anderen dan zichzelf, rust een geheimhoudingsplicht, behoudens voor zover de Wet BIBOB mededelingen toelaat.
Vragenlijst
De aanvrager van een vergunning of vergunninghouder zal worden verzocht de bij deze beleidslijn vastgesteld vragenformulier en daarbij behorend bijlagenvel volledig en naar waarheid in te vullen. Op het vragenformulier staat tevens vermeld dat een onvolledig ingeleverd aanvraagformulier en/of een weigering gegevens te verstrekken kan leiden tot het buiten behandeling laten van de aanvraag, dan wel het weigeren of intrekken van de vergunning (artikel 4 Wet BIBOB).
Privacy
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van de Wet BIBOB en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht. Schending van deze verplichting tot geheimhouding kan ingevolge artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht leiden tot strafrechtelijke vervolging.
Na inname van de BIBOB- bescheiden door het bestuursorgaan worden alle bescheiden gedurende het proces opgeborgen in een afgesloten kast. Is het proces afgerond, dan worden alle bescheiden opgeborgen in het gemeentearchief met als hoofdomschrijving ‘vertrouwelijk’. Het betreffende dossier is vervolgens slechts opvraagbaar door medewerkers APV en bijzondere wetten en/of de burgemeester en gemeentesecretaris. Overige medewerkers kunnen niet zonder toestemming van de medewerkers APV en bijzondere wetten en/of burgemeester en gemeentesecretaris inzage in het dossier krijgen.
Kosten
De uitvoering van een BIBOB toetsing brengen kosten met zich mee. De leges zijn vastgesteld in de legesverordening en zijn voor het doen van intern onderzoek en screening van het formulier en de overlegde documenten. De aanvraag wordt pas na het betalen van de leges voor de BIBOB toetsing in behandeling genomen. De leges worden in rekening gebracht voor iedere nieuwe aanvraag om een vergunning zoals beschreven in 2.1 Toepassing in deze beleidslijn. Indien er daarnaast ook een advies nodig is van het Landelijk Bureau BIBOB wordt het tarief verhoogd met het bedrag als bedoeld in artikel 16, Wet BIBOB en artikel 5, Besluit BIBOB. Indien de Wet BIBOB wordt toegepast bij een reeds verleende vergunning, welke kan leiden tot intrekking van de vergunning, worden er geen leges in rekening gebracht.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Onderzoek door het Bureau BIBOB (LBB)
Onderdeel van Beleidslijn BIBOB Eemnes 2012