In deze verordening wordt verstaan onder:
1. De wet: de Wet werk en bijstand;
2. Het College: het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk;
3. Bijstand: de uitkering als bedoeld in hoofdstuk 3 van de wet;
4. Belanghebbende: persoon die bijstand heeft aangevraagd dan wel ontvangt of heeft ontvangen; indien het een gehuwde betreft, wordt onder belanghebbende elk van de echtgenoten verstaan; In deze verordening wordt onder belanghebbende mede verstaan: de jongere als bedoeld in artikel 2 van de WIJ;
5. Hoogwaardige Handhaving: een stelsel van preventieve en repressieve maatregelen gericht op het voorkomen of ontmoedigen van misbruik of oneigenlijk gebruik van bijstand;
6. Risicoprofielen: het vaststellen van kenmerken van plegers van misbruik of oneigenlijk gebruik van bijstand in objectieve profielen om risico's van misbruik of oneigenlijk gebruik van bijstand vroegtijdig te herkennen;
7. Risicosturing: het gericht inzetten van dienstcapaciteit bij het handhavingsbeleid op basis van risicoprofielen;
8. Voorzover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de wetten;
9. In deze verordening wordt onder WWB mede verstaan de Wet WIJ.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van HANDHAVINGSVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND (WWB) EN WET INVESTEREN IN JONGEREN (WIJ) GEMEENTE MOERDIJK