Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Verordening tegemoetkoming raadsfracties

1.. De in artikel 2 bedoelde tegemoetkoming bedraagt voor het zittingsjaar 2010 een bedrag van € 750,00 per lid van de fractie. 2.. De totale tegemoetkoming per fractie wordt berekend naar het aantal leden van die fractie bij de aanvang van het zittingsjaar (jaarlijks per 1 januari). 3.. Het in lid 1 genoemde bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met het percentage voor materiële kosten zoals dat ook op andere posten in de gemeentebegroting wordt toegepast. 4.. Elke fractie legt vóór 1 maart van een kalenderjaar verantwoording af aan het presidium over de wijze waarop zij haar fractiebudget in het voorgaande kalenderjaar van haar zittingsperiode heeft gebruikt en wel door daartoe aan de raadsgriffie een overzicht te verstrekken van de uitgegeven bedragen en de daarbij behorende bestedingsdoelen. In het jaar waarin de zittingsperiode van de gemeenteraad verstrijkt dient niet vóór 1 maart maar wel binnen drie maanden na de dag van de verkiezingen de fractie niet alleen verantwoording af te leggen over het voorgaande kalenderjaar maar ook over dat lopende jaar tot de datum van afloop van die zittingsperiode. 5.. In het jaar dat de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt, betaalt de fractie de eventuele overschotten van de fractiebudgetten uit de kalenderjaren van de afgelopen zittingsperiode terug aan de gemeente door storting van dat geld in de gemeentekas en wel binnen drie maanden na de dag van de verkiezingen. In het jaar dat de zittingsperiode afloopt, mag tot de dag van de verkiezingen het fractiebudget worden aangewend voor een bedrag naar rato van het aantal dagen in die aflopende zittingsperiode.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel