Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 14

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening WWB Breda 2012

1.. Als een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond voorafgaande aan de aanvraag voor bijstand in verband met het door eigen toedoen niet behouden of het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid wordt een maatregel opgelegd overeenkomstig het bepaalde in artikel 9, vijfde lid in combinatie met artikel 10, eerste lid onder e van de verordening. 2.. Bij overige omstandigheden waarbij sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid wordt een maatregel opgelegd die afhankelijk is van het benadelingsbedrag, als bedoeld in het vierde lid van dit artikel. 3.. Als een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening van het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de WWB, kan het college de gevraagde individuele of categoriale bijzondere bijstand, als bedoeld in artikel 35 WWB, af stemmen op de getoonde verantwoordelijkheid. 4.. Met inachtnemening van artikel 2, tweede lid van de verordening, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld: bij een benadelingsbedrag tot € 500,-: een maatregel van € 50,- bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,-: een maatregel van € 100,- bij een benadelingsbedrag van € 1.000,- tot € 2.000,-: een maatregel van € 200,- bij een benadelingsbedrag van € 2.000,- tot € 4.000,-: een maatregel van € 400,- bij een benadelingsbedrag van € 4.000,- of meer,-: een maatregel van € 1.000,- Is de maatregel hoger dan de van toepassing zijnde bijstandsnorm, dan wordt de maatregel beperkt tot de van toepassing zijnde bijstandsnorm gedurende één maand. Daarnaast heeft het college de mogelijkheid tot het verlagen van de bijstand gedurende een bepaalde periode.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel