Verstrekking als PGB vindt niet plaats indien:
**a..** op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat belanghebbende problemen zal hebben bij het omgaan met een PGB;
**b..** aan belanghebbende eerder een PGB is verleend op grond van de verordening en belanghebbende zich niet gehouden heeft aan de bij de verlening van dat eerdere PGB opgelegde verplichtingen;
**c..** op grond van aanwijzingen, die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden, het ernstige vermoeden bestaat dat belanghebbende het PGB om financiële redenen niet kan aanwenden voor de aanschaf/inzet van de voorziening;
**d..** belanghebbende een zodanig progressief ziektebeeld heeft dat in geval van natura-verstrekking de voorziening niet in bruikleen maar in natura wordt verstrekt.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Afwijzingsgronden PGB
Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Eindhoven (2012.1)