In deze verordening wordt verstaan onder:
1. Wet: de Wet investeren in jongeren;
2. Gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d, van de wet;
3. College: het college van burgemeester en wethouders;
4. Woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand;
5. Woonkosten:
a. Indien een huurwoning wordt bewoond, de op de aanvangsdatum van het lopende huurtoeslagtijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de huurtoeslag;
b. Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten (energielasten en gemeentelijke belastingen) en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van VERORDENING TOESLAGEN EN VERLAGINGEN WET INVESTEREN IN JONGEREN GEMEENTE MOERDIJK