1.Het college verbindt aan een vergunning die verleend wordt aan een instelling de volgende voorwaarden:
de vergunning geldt niet voor het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;
het is verboden de mogelijkheid van het houden van bijeenkomsten van persoonlijke aard openlijk aan te prijzen, hiermee te adverteren of reclame te maken;
de vergunning geldt uitsluitend voor het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse, één uur voor, tijdens en één uur na activiteiten met een recreatief, sportief, sociaal-cultureel, educatief, levensbeschouwelijk of godsdienstig karakter, in instellingsverband georganiseerd of in het kader van activiteiten van de instelling zelf.
2.Van de voorschriften als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, kan het college ontheffing verlenen met het oog op bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard.