Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Overgangsbepaling

Onderdeel van Drank- en Horecaverordening Rucphen

1.. Vergunningen en ontheffingen – hoe ook genaamd – verleend krachtens de verordening als bedoeld in artikel 5, tweede lid, blijven – indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening – van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 2.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening als bedoeld in artikel 5, tweede lid, blijven – indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd, ook vervat zijn in deze verordening – van kracht tot de termijn waarvoor zij zijn opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 3.. Vergunningen en ontheffingen in het eerste lid en verplichtingen als bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen en ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn. 4.. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of een ontheffing – hoe ook genaamd – op grond van de verordening als bedoeld in artikel 5, tweede lid, is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van deze verordening toegepast. 5.. De intrekking van de verordening als bedoeld in artikel 5, tweede lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels en beleidsregels, indien en voor zover de rechtsgrond waarop die regels zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel