In dit statuut wordt verstaan onder:
Begrotingstotaal: De totale lasten op de begroting
Deposito: Een spaarvorm met een vaste looptijd en een vaste rente
EER: Europese Economische Ruimte
Eurozone: De `eurozone` (of eurosysteem, Euroland, eurogebied) is de verzamelnaam voor alle landen van de Europese Unie die de euro als munt hebben.
De eurozone bestaat (nu) uit zeventien EU-lidstaten.
Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;
Financiële onderneming: een onderneming die in een lidstaat het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden, of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen. Deze term komt in de plaats van het begrip ‘Bank’.
Geldstromenbeheer: Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);
Intern liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;
Kasgeldlimiet: Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar;
Koersrisico: Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;
Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;
Liquiditeitenbeheer: Het financieren en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar;
Liquiditeitenplanning: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid;
Medium term note: Verhandelbare schuldbekentenis aan toonder;
Nettingovereenkomst: Een overeenkomst op grond waarvan de wederzijdse verplichtingen tussen partijen verrekend worden waardoor wordt bepaald wat de ene partij per saldo aan de andere partij verschuldigd is;
Rating: taxatie van de kredietwaardigheid van een financiële onderneming of een land, bepaald door een ratingbureau;
Rentecompensatiecircuit: Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.
Renterisico: De mate waarin het saldo van rentelasten en rentebaten van de gemeente verandert door wijzigingen in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer;
Renterisiconorm: Een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar;
Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;
Rentevisie: Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling;
Ruddo: Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden
Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen;
Solvabiliteitsratio van 0%: Status die door een bancaire toezichthouder in een EER-lidstaat aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend;
Treasuryfunctie: De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;
Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen op een periode van één jaar of langer.
Wet fido: Wet financiering decentrale overheden