Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer (maximaal één jaar) gelden de volgende specifieke richtlijnen:
De gemeente streeft naar concentratie van de overtollige liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de financiële onderneming met de gunstigste condities;
Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat dan kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 en 3 - de kasgeldlimiet niet overschreden;
Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant;
Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito’s;
De gemeente doet onderzoek bij minimaal 2 ondernemingen alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een looptijd korter dan één jaar.