Op basis van artikel 4.1 lid 5 van de verordening wordt bepaald dat
Het persoonsgebonden budget voor onroerende woonvoorzieningen zoals genoemd in artikel 4.1, tweede lid, onder b en d wordt uitbetaald aan de eigenaar van de woonruimte.
Het persoonsgebonden budget genoemd in artikel 4.1, tweede lid, onder b wordt uitbetaald aan de ondersteuningsvrager die huurder is van de woonruimte als de woningeigenaar toestemming heeft gegeven aan de ondersteuningsvrager om de aanpassing zelf te regelen.
Het persoonsgebonden budget genoemd in artikel 4.1, tweede lid, c wordt uitbetaald aan de ondersteuningsvrager.
Met betrekking tot het persoonsgebonden budget, zoals bedoeld in hoofdstuk 4 van de verordening, is bepaald dat:
als het budget lager is dan € 3.000,- er geen controle plaatsvindt op het persoonsgebonden budget; de betaling is vooraf;
als het verstrekte persoonsgebonden budget hoger is dan € 3.000,- er volledige controle komt en de betaling in dat geval achteraf is, tenzij aangetoond wordt dat dit financieringsproblemen met zich meebrengt;
uitzondering op het gestelde in lid 4 sub a is de onroerende woningaanpassingen, waarbij de ondersteuningsvrager geen eigenaar is van de woning. Bij woningaanpassingen voor een ondersteuningsvrager die huurder is, wordt het toegekende persoonsgebonden budget achteraf betaald aan de woningeigenaar, na controle of de aanpassing goed is aangebracht, voor zover dat niet tot aantoonbare financieringsproblemen leidt;
de uitbetaling van een persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen achteraf gebeurt, als het bedrag van het persoonsgebonden budget hoger is dan € 3.000,-, tenzij dit tot financieringsproblemen leidt;
De uitbetaling van een persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen lager dan € 3.000,- gebeurt, voor zover dit niet tot financieringsproblemen leidt, achteraf als het gaat om een woningaanpassing waarbij de ondersteuningsvrager huurder is, tenzij de ondersteuningsvrager met de woningeigenaar heeft afgesproken dat de ondersteuningsvrager de aanpassing zelf regelt.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 3.
Artikel 11.
Controle en betaling persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012