Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Financieringsfunctie

Onderdeel van Financiele verordening gemeente Midden-Drenthe

1.. Het college voert de treasuryfunctie uit binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Fido) en de Regeling Uitzetting Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo) en draagt daarbij zorg voor: Het tijdig aantrekken van voldoende financiële middelen om de (deel)programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren (beschikbaarheid). Het beheersen van de risico’s verbonden aan de treasuryfunctie (risicominimalisatie) Het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen en het bereiken van voldoende rendement op overtollige middelen (renteoptimalisatie). Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities (kostenminimalisatie). 2.. Het college neemt bij het opnemen van leningen de volgende richtlijnen in acht: Voor het aantrekken van leningen voor langer dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd. Rente-instrumenten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van financiële risico’s. 3.. Het college neemt bij interne financieringsmiddelen de volgende richtlijnen in acht: De gemeentelijke reserves en voorzieningen worden gebruikt als intern financieringsmiddel. De rente die wordt toegerekend aan de interne financieringsmiddelen wordt jaarlijks in de kadernota vastgesteld. 4.. Het college neemt bij het verstrekken van leningen en garanties de volgende richtlijnen in acht: Het verstrekken van leningen en garanties wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. In principe worden geen leningen verstrekt. Het verstrekken van leningen kan slechts geschieden nadat de gemeenteraad hierover is gehoord. Aan het verstrekken van leningen en garanties worden nadere voorwaarden verbonden. Het college motiveert in zijn besluit het openbare belang van de verstrekte lening en garantie. 5.. Het college neemt bij het beleggen van (overtollige) middelen de volgende richtlijnen in acht: a.. Overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind de looptijd intact is waarbij de valuta luidt in Euro’s; b.. Overtollige geldmiddelen voor langer dan 3 maanden worden uitsluitend uitgezet bij financiële ondernemingen die: gevestigd zijn in een lidstaat die behoort tot de Europese Economische Ruimte (EER), bestaande uit de EU plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein; die tenminste beschikken over een AA-minusrating afgegeven door tenminste twee van de drie gerenommeerde ratingbureaus Standard & Poor’s, Moody’s of Fitch; en voor henzelf of voor de door hen uitgegeven waardepapieren kunnen aantonen dat ze tenminste over een AA-minusrating beschikken, afgegeven door tenminste twee gezaghebbende ratingbureaus, of bij instellingen met een solvabiliteitsratio van 0%, zoals de rijksoverheid of lagere overheden. c.. In afwijking van het voorgaande lid is het ook mogelijk te beleggen in obligaties met een solvabiliteitsratio van 0% - wat impliceert dat dergelijk waardepapier in beginsel als risicovrij wordt gezien – ook als de rating van het desbetreffende land niet aan de hierboven beschreven minimale credit landenrating voldoet. d.. Het uitzetten van overtollige geldmiddelen korter dan 3 maanden gebeurt uitsluitend bij financiële instellingen met een A-rating, afgegeven door tenminste twee gezaghebbende instellingen, of bij instellingen met een solvabiliteitsratio van 0%; 6.. Zowel in de begroting als in de rekening informeert het college de raad op het gebied van treasury (in de paragraaf financiering), of zoveel vaker als nodig is uit hoofde van de actieve informatieplicht van het college aan de raad.

Rechtspraak bij dit artikel