Het bedrag voor verhuiskostenvergoeding als genoemd in artikel 12 lid 4 van de verordening voorzieningen Wmo bedraagt € 2703,96.
Aan degene die op verzoek van het college een aangepaste (rolstoelgeschikte) woning verlaat, wordt een verhuiskostenvergoeding verstrekt ad. € 2703,96
De hoogte van de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget is vastgesteld aan de hand van het bedrag in de geaccepteerde offerte.
Het persoonsgebonden budget voor woonvoorzieningen en woningaanpassingen is vastgesteld op basis van de 100% tegenwaarde van adequaat, goedkope voorziening.
Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als genoemd in de beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning bedraagt € 2703,96.
De financiële tegemoetkoming die het college verstrekt voor de kosten van het verwerven van grond bedoeld in artikel 12 van de verordening voorzieningen Wmo bedraagt de werkelijke kosten, waarbij het maximum aantal vierkante meters geldt per vertrek en een gedeelte van de buitenruimte bij de woning, zoals vermeld in de beleidsregels.
De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening als bedoeld in de beleidsregels financiële tegemoetkoming tijdelijke huisvesting bedraagt de werkelijke kosten met een maximum van € 486,59 per maand. Het betreft de tegemoetkoming in de kosten van het tijdelijk betrekken van een woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. Het college brengt geen eigen betaling in de kosten bij tijdelijke huisvesting.
De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonwagen of woonschip bedraagt maximaal € 1080,98.
Indien een eigenaar-bewoner zijn woning verkoopt binnen 5 jaar na gereedmelding van een woningaanpassing waarvoor een financiële tegemoetkoming is verleend als bedoeld in artikel 12 verordening voorzieningen Wmo, die meer bedraagt dan € 4922,75, is de eigenaar bewoner verplicht tot terugbetaling van een deel van de aanpassingskosten indien en voor zover de aanpassing heeft geleid tot waardestijging van de woning. De waardestijging van de woning wordt vastgesteld conform de WOZ waarde.
Het college geeft opdracht tot het verrichten van een waardebepaling van de woning direct voorafgaand aan de verstrekking van de financiële tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid en binnen 6 maanden na gereedmelding van de aanpassing. Het positieve verschil in waarde tussen beide waardebepalingen is beschouwd als waardestijging als gevolg van de aanpassing van de woning.
Het bedrag van de waardestijging, conform de WOZ waarde, tot een maximum van het als financiële tegemoetkoming verstrekte bedrag, dient als volgt te worden terugbetaald:
bij verkoop van de woning in het eerste jaar na gereedmelding 100% van de waardestijging van de woning;
bij verkoop van de woning in het tweede jaar na gereedmelding 80% van de waardestijging van de woning;
bij verkoop van de woning in het derde jaar na gereedmelding 60 % van de waardestijging van de woning;
bij verkoop van de woning in het vierde jaar na gereedmelding 40% van de waardestijging van de woning;
bij verkoop van de woning in het vijfde jaar na gereedmelding 20% van de waardestijging van de woning.
Direct na voltooiing van de werkzaamheden van een woningaanpassing, maar uiterlijk binnen 12 maanden na het verlenen van de financiële vergoeding/ persoonsgebonden budget, verklaart de woningeigenaar aan het college dat bedoelde werkzaamheden zijn voltooid. De gereedmelding gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de financiële tegemoetkoming is verleend.
De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de financiële tegemoetkoming.
Subsidiabele kosten
De volgende kosten in het kader van een woningaanpassing kunnen in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming:
De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening;
De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;
Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1988 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpender woningaanpassingen.
De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;
De leges voorzover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening;
De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
Renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden, volgens bijgaande tabel.
De door burgemeester en wethouders (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn;
De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
De kosten van aansluiting op een openbare nutsvoorziening;
De administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de gehandicapte, voor zover de kosten onder 1 tot en met 11 meer dan € 1000,-- bedragen, 10% van die kosten, met een maximum van € 350,--.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 1.
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Culemborg 2012