Lid 1
Onder de term 'zeer ernstige misdragingen' kunnen diverse vormen van agressie worden verstaan. Er moet sprake zijn van verwijtbaarheid en van gedrag dat in het normale menselijke verkeer in alle gevallen als onacceptabel wordt beschouwd.
In artikel 18, lid 2 WWB en artikel 20, lid 2 IOAW en IOAZ wordt gesproken over ‘het zich ten opzichte van het college zeer ernstig misdragen’. Dit betekent dat alleen (zeer) agressief gedrag tegenover leden van het college en hun ambtenaren aanleiding zijn voor het verlagen van de inkomensvoorziening. Er kan dus geen maatregel worden toegepast als een cliënt zich agressief heeft gedragen tegenover een medewerker van een andere organisatie die belast is met de uitvoering van de WWB (bijvoorbeeld een re-integratiebedrijf). Het is in dat geval wellicht wel mogelijk om een maatregel op te leggen wegens het niet of onvoldoende gebruikmaken van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling.
Bij het afstemmen van de inkomensvoorziening in de situatie dat een cliënt zich ernstig heeft misdragen, zal gekeken moeten worden naar de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene. Uitgangspunt hierbij is dat de ernst van de gedraging toeneemt naarmate er meer sprake is van fysiek en persoonsgericht geweld.
Wat betreft het vaststellen van de ernst van de gedraging, kunnen de volgende vormen van agressief gedrag in een oplopende reeks (steeds ernstiger) worden onderscheiden:
A.Verbaal geweld;
Schelden,discriminatie, intimidatie (uitoefenen van psychische druk);
B.Non- verbaal geweld;
Bespugen, zaakgericht fysiek geweld (vernielingen), het bij zich hebben van gevaarlijke voorwerpen;
C.Bedreiging;
Van medewerkers of bezoekers;
Fysiek geweld;
Mensgericht fysiek geweld;
Combinatie van agressievormen.
In dit verband is het relevant een onderscheid te maken tussen instrumenteel geweld en frustratiegeweld. Van instrumenteel geweld is sprake als iemand het toepassen van geweld bewust gebruikt om een bepaald doel te bereiken (bijvoorbeeld het verkrijgen van een uitkering). Agressie die ontstaat door onmacht, ontevredenheid, onduidelijkheid en dergelijke kan worden aangeduid met frustratieagressie. Het zal duidelijk zijn dat de mate van verwijtbaarheid bij instrumenteel geweld in beginsel groter is dan bij frustratiegeweld.
Naast een maatregel van de bijstand kan het college besluiten de belanghebbende een gebouwverbod op te leggen en kunnen het college en de betrokken medewerker aangifte doen bij de politie (zie het omgangsprotocol Afdeling Sociale Zaken van gemeente De Ronde Venen).
Lid 2
Voor jongeren geldt een stringenter beleid; 40% van de norm in plaats van 25% van de norm. Dit is overeenkomstig met het beleid voor samenvoeging van de WIJ en de WWB.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 14
Zeer ernstige misdragingen
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving 2012 gemeente De Ronde Venen