**1..** Met inachtneming van artikel 2, tweede lid van deze verordening, wordt de maatregel vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm, uitgedrukt in een bedrag, gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
twintig procent van de bijstandsnorm, uitgedrukt in een bedrag, gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
vijftig procent van de bijstandsnorm, uitgedrukt in een bedrag, gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm, uitgedrukt in een bedrag, gedurende een maand bij gedragingen van de vierde categorie;
**2..** De hoogte van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onder a, b en c wordt verdubbeld, als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of een hogere categorie.
**3..** Als door toepassing van het bepaalde in het eerste of tweede lid een maatregel van honderd procent, uitgedrukt in een bedrag, is opgelegd, wordt de duur van de maatregel steeds met één maand verlengd, als de belanghebbende binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een zodanige maatregel is opgelegd, opnieuw een verwijtbaar gedraging van dezelfde of een hogere categorie verricht.
**4..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onder d in combinatie met artikel 9, vierde lid onder c, wordt tot drie maanden verlengd als de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit opnieuw verwijtbaar gedraagt, zoals bedoeld onder artikel 9, vierde lid onder c van de verordening.
Hoofdstuk 2
Artikel 10
De hoogte en duur van de maatregel WWB
Onderdeel van Maatregelen- en handhavingsverordening Breda 2009