**1..** Alle begrippen die in deze Verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
**2..** In deze verordening wordt verstaan onder:
college: het college van burgemeester en wethouders
wet: de Wet werk en bijstand
WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
WSF 2000: Wet studiefinanciering 2000
Belanghebbende: de persoon als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Uitkeringsgerechtigde: de persoon als bedoeld in artikel 1, sub l van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet Suwi)
rechthebbend: een alleenstaande, alleenstaande ouder of gezinslid met recht op langdurigheidstoeslag
niet-rechthebbend: een alleenstaande, alleenstaande ouder of gezinslid dat op grond van de artikelen 11 of 13 lid 1 WWB is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag.
bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5, sub c van de wet
gezinsnorm: de norm als bedoeld in artikel 21 van de wet
vermogen: vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de wet
peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat.
referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum
refertejaar: de periode van 12 maanden voorafgaand aan de peildatum