De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
voor een gezin € 550,00,
voor een alleenstaande ouder € 500,00 en
voor een alleenstaande € 400,00.
Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de datum waartegen de langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd bepalend.
Indien sprake is van één of meer niet-rechthebbende gezinsleden en:
nog slechts één gezinslid recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
4.De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gezinsnorm per 1 januari van dat jaar en de gezinsnorm van het daar aan voorafgaande jaar.
Artikel 3
Hoogte van de langdurigheidstoeslag
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag WWB 2012