Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2009

1.. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij deaanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in deloop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting terzake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten vande voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van debelastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog vollekalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal hondenin de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveeltwaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na heteinde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog vollekalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagtdan € 2,25. 4.. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. 5.. Voor de toepassing van het onder het vierde lid bepaalde wordt het totaal van de opéén aanslagbiljet verenigde aanslagen hondenbelastingen of andere heffingen aangemerktals één belastingaanslag.

Rechtspraak bij dit artikel