1.
In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:
a.
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Emmen;
b.
wet: Wet maatschappelijke ondersteuning;
c.
WVG: Wet voorzieningen gehandicapten;
d.
Awb: Algemene wet bestuursrecht;
e.
AWBZ: Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
f.
persoon met beperkingen: de persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 4, 5 en 6 die beperkingen ondervindt in zijn zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke participatie;
g.
voorziening hulp bij het huishouden: een voorziening ter ondersteuning bij of ter overname van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden van een persoon met beperkingen;
h.
rolstoelvoorziening: een voorziening die de persoon met beperkingen in staat stelt zich in en om de woning te verplaatsen;
i.
woonvoorziening: een voorziening, niet zijnde een huishoudelijke voorziening of een rolstoelvoorziening, die de persoon met beperkingen in staat stelt de woning zo normaal mogelijk te gebruiken;
j.
vervoersvoorziening: een voorziening die de persoon met beperkingen in staat stelt zich lokaal te verplaatsen;
k.
algemeen gebruikelijk: hetgeen naar in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen voor de persoon met beperkingen als gangbaar bezit of gangbare uitgaven wordt aangemerkt;
l.
voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt aan de persoon met beperkingen;
m.
persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de persoon met beperkingen één of meer aan hem of haar te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het Besluit maatschappelijke ondersteuning Emmen te stellen regels van toepassing zijn;
n.
budgetperiode: periode waarvoor een persoonsgebonden budget wordt verleend;
o.
budgethouder: een persoon met beperkingen aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is verleend en die aan het college desgevraagd verantwoording is verschuldigd over de besteding van het budget;
p.
financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening waarvan de hoogte kan worden afgestemd op het inkomen van de persoon met beperkingen;
q.
inkomen: het inkomen zoals bedoeld in artikel 4.2 lid 1 Besluit maatschappelijke ondersteuning;
r.
eigen bijdrage: een bij de verlening van een voorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget voor rekening van de rechthebbende komende financiële bijdrage;
s.
eigen aandeel: een bij de verlening van een financiële tegemoetkoming voor rekening van de rechthebbende komend aandeel in de kosten;
t.
mantelzorger: een persoon die mantelzorg als bedoeld in artikel 1 onderdeel b van de wet pleegt;
u.
woonplaats: woonplaats als bedoeld in artikel 10 lid 1 en artikel 11 van boek 1 van het Burgerlijk wetboek;
v.
algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de persoon met beperkingen;
w.
individuele voorziening: de voorziening zoals die is opgenomen in deze verordening en waar de persoon met beperkingen aanspraak op kan maken, indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals die zijn gesteld in deze verordening;
x.
huisgenoot: iedere persoon met wie de persoon met beperkingen gemeenschappelijk een woning bewoont;
y.
leefeenheid: een eenheid bestaande uit alle huisgenoten met wie de persoon met beperkingen in de woning duurzaam een gezamenlijke huishouding voert;
z.
woning: een woning, waaronder tevens wordt verstaan een woonwagen of een woonschip, voor permanente bewoning bestemd en geschikt en waarbij geen wezenlijke woonfuncties, zoals woon- en slaapruimte, was- en kookgelegenheid en toilet met andere woningen wordt gedeeld;
aa.
gemeenschappelijke ruimte: gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de persoon met beperkingen vanaf de toegang tot de woning te bereiken;
bb.
woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;
cc.
standplaats: een kavel binnen de gemeente Emmen, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten;
dd.
woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd tot dag- of nachtverblijf van een of meer personen, niet zijnde een schip dat wordt gebruikt als of is bestemd voor de beroepsvaart;
ee.
ligplaats: een door de gemeente aangewezen ligplaats welke door een woonschip wordt ingenomen;
ff.
uitraasruimte: een ruimte waarin een persoon met beperkingen die vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont, zich kan afzonderen of tot rust kan komen.
2.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de Awb.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2010