Bij de verlening van een persoonsgebonden budget worden de budgethouder de volgende verplichtingen opgelegd:
de budgethouder gebruikt het persoonsgeboden budget uitsluitend voor inkoop van een adequate voorziening hulp bij het huishouden en de daarmee noodzakelijk verbonden kosten;
de budgethouder sluit een schriftelijke overeenkomst met de persoon of de instantie van wie de hulp bij het huishouden wordt betrokken en neemt in die overeenkomst ten minste op dat die persoon of instantie ondertekende declaraties verstrekt met daarop vermeld de naam en het adres van die persoon of instantie, het aantal uren verleende hulp bij het huishouden, de gedeclareerde bedragen en het Burgerservicenummer;
de budgethouder noteert de gegevens op het daartoe door de gemeente beschikbaar gestelde formulier en bewaart dit formulier en de in onderdeel b bedoelde overeenkomsten en declaraties gedurende drie jaren en stelt deze, desgevraagd, ter beschikking aan het college;
de budgethouder deelt het college op diens verzoek of onverwijld uit eigen beweging alle feiten en omstandigheden mee waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de verlening van het persoonsgebonden budget.
De budgethouder hoeft geen verantwoording af te leggen over 1,5% van het toegekende budget met een minimum van € 250,-- en een maximum van € 1.250,--.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.7
Verplichtingen van een budgethouder
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2010