Het college kan van de eigenaar-bewoner aan wie een woonvoorziening is verleend zoals bedoeld in artikel 4.2 lid 1 sub b en g en die de woning binnen een periode van tien jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden en de eigendomsoverdracht van de grond verkoopt, een (deel) van de waarde van de woning met grond, die het gevolg is van de verleende woonvoorziening, terugvorderen.
De hoogte van het terug te vorderen bedrag als bedoeld in lid 1 wordt als volgt bepaald:
de waarde van de woning met grond op het moment van verkoop wordt verminderd met de getaxeerde waarde van de woning met grond als ware het dat de woonvoorziening niet was verleend;
de onder a verkregen uitkomst wordt, voor zover deze positief is, verminderd met 10% voor elk jaar dat is verstreken sinds de in lid 1 genoemde gereedmelding en eigendomsoverdracht van de grond.
De eigenaar-bewoner als bedoeld in lid 1 is verplicht om het college voor het passeren van de akte van eigendomsoverdracht op de hoogte te stellen van de verkoop.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.12
Anti-speculatiebeding
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2010