Indien een persoon met beperkingen in aanmerking kan worden gebracht voor een individuele woonvoorziening zoals bedoeld in artikel 4.1 dan kan het college kiezen uit één of een combinatie van één of meer van de volgende voorzieningen:
voor de kosten van verhuizing en inrichting;
voor het realiseren van een aanpassing van bouwtechnische of woontechnische aard in of aan de woning;
voor het realiseren van een aanpassing van niet-bouwtechnische of niet-woontechnische aard in of aan de woning;
voor onderhoud, keuring en reparatie van een in of aan de woning aangebrachte voorziening;
voor de kosten van tijdelijke huisvesting;
voor de kosten van tijdelijke huurderving;
voor het verwerven van grond.
De individuele woonvoorzieningen die worden genoemd in lid 1 onder a, c, d en e worden verleend aan de persoon met beperkingen.
De individuele woonvoorzieningen die worden genoemd in lid 1 onder b, f en g worden verleend aan de woningeigenaar.
De individuele woonvoorzieningen die worden genoemd in lid 1 onder a, b, d, e, f en g worden verleend in de vorm van een financiële tegemoetkoming, niet in de vorm van een PGB. Grote woningaanpassingen mogen nooit in de vorm van een PGB worden verleend. Losse woonunits mogen wel in de vorm van een PGB worden verleend (bruikleen).
De individuele woonvoorzieningen die worden genoemd in lid 1 onder b en d kunnen ook worden verstrekt in natura indien een losse woonunit ter beschikking wordt gesteld of indien het gaat om onderhoud, keuring en reparatie van een in of aan de woning aangebrachte voorziening die in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget is verleend.
De individuele woonvoorzieningen die worden genoemd in lid 1 onder c worden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van de wet, verstrekt in natura of in de vorm een persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Soorten en vormen van individuele woonvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Emmen 2010